Begripsbepalingen
Op deze pagina vind u de algeme regels van de gedragscode.
De complete versie kunt u hier openen
1.   Een beoefenaar van de Unitieve Psychotherapie, hierna te noemen bupt[1],
      verleent zijn diensten als zelfstandig gevestigde, als werknemer in de zin van
      artikel 1637 (a) Burgerlijk Wetboek en/of als ambtenaar in de zin van de
      Ambtenarenwet. Ongeacht de juridische vorm waarin de dienstverlening van de
      gedragstherapeut gestalte heeft gekregen, moet verstaan worden onder:
a)   een professionele relatie: behandelingsrelatie;
b)   de cliënt: de persoon die behandeld wordt;
c)   horizontale opdrachtrelatie: de cliënt is opdrachtgever bij het tot stand komen
      van de professionele relatie;
d)   verticale opdrachtrelatie: een ander dan de cliënt is opdrachtgever bij het
      tot stand komen van de professionele relatie;
e)   direct betrokkene(n):
    (1)   degene(n) die met de cliënt een relatie hebben van huwelijk of duurzame
           samenleving;
    (2)   (pleeg- resp. stief-) ouders, resp. voogden van minderjarige kinderen, of
           curatoren (zoals bedoeld in de Krankzinnigenwet);
    (3)   dan wel verdere familie in de rechte of zijlijn t/m de tweede graad.
    Onverminderd het gestelde in het B.W., geschiedt de bepaling van een/de
    perso(on)en als ‘direct betrokkene(n)’ in de hierboven aangegeven volgorde,
    met dien verstande dat:
    - eerstegraads familieverwantschap prioriteit heeft boven
      tweedegraads verwantschap, en dat
    - binnen iedere verwantschapsgraad door de bupt gekozen wordt,
      rekening houdend met zowel de leefomstandigheden van de cliënt als met
      de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van het familielid.
      Is, in een gegeven geval, een der hier genoemde categorieën bepaald als
      ‘direct betrokkene(n)’, dan gelden de overige categorieën als ‘derden’
      (zie punt f van dit artikel).
f)   derde(n): degene(n) die noch opdrachtgever noch cliënt is van de bupt,
     noch direct betrokkene van de cliënt.
g)  andere bupt dan de behandelaar.
2.  Waar in deze code gesproken wordt van bupt resp. ‘hij’ c.q. ‘hem’, geldt het
     bepaalde voor de buptherapeuten ongeacht hun sekse.
3.  Waar in deze code gesproken wordt van ‘de cliënt’ resp. ‘hij’ c.q. ‘hem’, geldt
     het bepaalde voor de cliënten ongeacht hun sekse.
4.  De code heeft met ingang van 1 januari 1990 voor alle leden van de Vereniging
     voor Unitieve Psychotherapie volledig verbindende kracht.
Wanneer de behandeling gedeeltelijk, of zelfs geheel, door een assistent
(of meerdere assistenten) van de bupt wordt uitgevoerd, dan is de laatste voor zover
dit in redelijkheid van hem gevergd kan worden verantwoordelijk voor de inachtneming
van deze code door zijn assistent(en). De bupt is verantwoordelijk voor zover hij
een eventuele schending van de code door zijn assistent(en) had kunnen voorzien en
daarbij nagelaten heeft maatregelen te treffen die redelijkerwijs een schending
hadden kunnen voorkomen.
Zorgvuldigheid
1. De bupt dient in de uitoefening van zijn beroep zorgvuldigheid te betrachten door te
    handelen in de geest van deze beroepscode. Dit houdt in dat hij gehouden is om
    zich in zijn gedrag jegens de cliënt te laten leiden door de intentie om naar vermogen
    bij te dragen aan de verbetering van het niveau van functioneren van de cliënt.
2. De bupt dient zijn cliënt te benaderen op een wijze die zo veel mogelijk getuigt van
    respect voor de mogelijkheden, weerstanden en beperkingen van de cliënt.
3. Na afloop van de therapeutische relatie laat de bupt na misbruik te maken van
    bevindingen opgedaan ten tijde van de therapie.
Deskundigheid
De bupt dient zorg te dragen voor de instandhouding en ontwikkeling van zijn
professionele deskundigheid, zowel door middel van studie en training als door
middel van bezinning op zijn functioneren.
Gelijke behandeling
De bupt dient erop toe te zien dat in het kader van de professionele handelwijze
personen in gelijke gevallen gelijke kansen krijgen. Discriminatie wegens godsdienst,
levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, of op welke grond dan ook,
is niet toegestaan.
Vertrouwelijkheid
1. Bij het aangaan van een professionele relatie treedt de bupt met de cliënt(en), resp.
opdrachtgever(s), resp. direct betrokkene(n) in een vertrouwensrelatie, waarin ligt
besloten de geheimhoudingsplicht jegens onbevoegde derden m.b.t. uit de
professionele relatie voortvloeiende bevindingen en/of voortvloeiende wetenschap
van feiten en omstandigheden.
Onbevoegde derden zijn, o.m.:
a)   Personen, privaatrechtelijke instellingen en de aldaar werkzame personen die
      niet in een verticale opdrachtrelatie staan met de bupt.
b)   Personen, privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instellingen en de aldaar
      werkzame personen, die weliswaar in een verticale opdrachtrelatie staan met
      de bupt, maar waarbij de cliënt een zelfstandig recht toekomt de bupt te
      houden aan zijn geheimhoudingsplicht.
c)   Personen, privaatrechtelijke en publiekrechtelijke instellingen en de aldaar
      werkzame personen, die niet in het bezit zijn van een afgeleide
      geheimhoudingsplicht of een eigen geheimhoudingsplicht.
d)   De rechter die nog geen beslissing heeft genomen op beroep van de bupt
      op verschoning of die bepaald heeft dat de bupt het recht toekomt
      op verschoning.
2. De bupt is niet gehouden de geheimhoudingsplicht in acht te nemen wanneer
doorbreking van de geheimhoudingsplicht het enige en laatste middel is om direct
gevaar voor personen en/of goederen te voorkomen.
De bupt is verplicht zich jegens de rechter te beroepen op verschoning indien het
afleggen van een getuigenis en/of beantwoording van bepaalde vragen hem in strijd
brengt met zijn geheimhoudingsplicht.
_____________________
[1] bupt: beoefenaar van de Unitieve Psychotherapie.